2000 jaar geleden lagen hier al bootjes op de kant

De Oude Gracht maakt twee bochten, die volgen de originele rivierloop. De rechte stukken zijn gegraven.

In de tijd voordat de stenen muren van de oude gracht waren gebouwd legde men met bootjes aan in de buitenbocht van de rivierloop. Daar kon je het makkelijkst bij de kant komen.

Utrecht was in de Middeleeuwen een belangrijk knooppunt in het handelsverkeer over het water. Toen in de 11de en 12de eeuw de Oude Gracht werd gegraven, maakten de wisselende waterstanden de opslag van koopwaar niet eenvoudig. De pakhuizen lagen hoog op een talud, bóven het steeds stijgende en dalende waterpeil.

Dat veranderde in de 13de eeuw, toen het water zakte als gevolg van moerasontginning rond Utrecht, de afdamming van de Rijn en de aanleg van sluizen. De koopwaar moest nu van boot naar opslagruimte een hoogteverschil van zo'n drie meter overbruggen.

Om het laden en lossen te vergemakkelijken, kwamen er kaden langs het water van de Oude Gracht, de werven, met overdekte 'tunnels' naar de kelders van de huizen. Als zo'n tunnel dezelfde breedte had als het bijbehorende perceel, spreek je van een werfkelder.

Geraadpleegde bronnen: Henk Feringa, collectieutrecht.nl, Wikipedia

Download (800x534)

Uit het album

serie: Utrechtse plekken met een verhaal